DOELEN EN RESULTATEN VAN SUB - IRRIGATIE

Remt de bodemdaling
Vermindert de CO2 - uitstoot
Verhoogt de natuurwaarden
Levert kennis op voor de toekomst


 

Terug naar het hoofdmenu

De grote opgaven van deze tijd vragen actie.

De opgaven die raken aan de inrichting van Nederland zijn groot en urgent. De kern is dat 1 miljoen woningen, klimaatverandering, CO2-reductie, verduurzaming van onze economie en de gewenste uitbreiding van bos en natuur samen optellen tot een fors extra ruimtebeslag.

Klimaat verandert: Klimaatverandering heeft impact op de landbouw. Nat of droogteschade aan de oogst, verlenging van het groeiseizoen, daling van de melkproductie door hittestress bij melkvee, brandplekken op het fruit, hagelschade en nieuwe ziekten en plagen die in opkomst zijn.. Lange periodes van extreme droogte en momenten met grote neerslaghoeveelheden in korte tijd wisselen elkaar af.

De Landbouw is zich dat bewust en wil actief bijdragen. Deze pilot wil daarvoor een aanzet leveren. Daarbij kiezen we niet voor een veilige benadering: we kiezen voor verhogen van het grondwaterpeil tot een maximum en ook voor verhoging van het slootwaterpeil. Aanpassen en meebewegen met het klimaat, is voor de landbouw niet nieuw. Al eeuwenlang wordt er gezocht naar manieren om met alle verschillende weersomstandigheden om te gaan. Maar de huidige trends zijn toch van extremere aard. Wat als de problemen ernstiger worden, de verschillen in waterbeschikbaarheid groter, de hitte extremer? Is de landbouwsector daar wel op voorbereid? En waar liggen de kansen en knelpunten? Hoe kan de bedrijfsvoering vormgegeven worden zodat landbouw mogelijk blijft in de verschillende delen van de regio?

Drainage algemeen: De polder is kenmerkend voor de Alblasserwaard Vijfheerenlanden. Het fenomeen polder is alleen mogelijk door drainage. Zonder deze waterafvoer zouden deze gebieden, die onder zeeniveau liggen, vollopen met kwel en neerslag en tot meren (begrensd door dijken) worden. Drainage wordt dus al honderden jaren in dit gebied toegepast. Sinds de uitvinding van windmolens in de 15e eeuw is het door bemaling mogelijk om water tegen de zwaartekracht in af te voeren. Hierdoor is het draineren van grote stukken land, zoals de regio AV mogelijk geworden. Om landbouw mogelijk te maken is drainage noodzakelijk om ervoor te zorgen dat de bodem droog (en dus stevig) genoeg is om de landbouwmachines te dragen. Daarnaast is het voor sommige gewassen van belang dat het grondwaterpeil constant is. Vooral voor fruitteelt is een constant grondwaterpeil belangrijk. Polders behoren tot de meest productieve landbouwgronden ter wereld. Dat geldt dus ook in hoge mate voor deze regio.

SUB-IRRIGATIE en DRAINAGE . Wat is het verschil?
Drainage heeft naast de positieve effecten voor de landbouw ook nadelen. De drainage leidt tot veeninklinking en de daarmee gepaarde kosten. Om de veeninklinking te stoppen en landbouw toch mogelijk te maken doen we een pilot met Sub-irrigatie: niet draineren maar onder water infiltreren. Doormiddel van waterdruk op het drainagesysteem te zetten gaan we de grondwaterspiegel goed houden. SUB-IRRIGATIE (SI)noemen we dat. Door de woorden DRUK en Drainage te gebruiken wordt Sub-irrigatie in de tekst soms verwarrend verwisseld met het ondertussen vaak gebruikte woord DrukDrainage.
Bij 2 van de drie agrariërs doen we tevens een extra onderzoek. Met het systeem wat we daar hebben aangelegd kan hij zowel draineren als sub-irirgeren. Dus regelbare drainage met sub-irrigatie met als doel de permanente vernatting tot 20 cm onder het maaiveld. De proeven zullen uitwijzen of dit niveau hanteerbaar is voor de landbouw.

Kennis verzamelen
We kennen seeds meer duidelijke voorbeelden van deze klimaatverandering. Door meer mét, in plaats van tegen de natuur te werken werken we aan een antwoord op de klimaatverandering. Het is belangrijk dat we met de veehouderij daarvoor voldoende kennis en ervaring opbouwen. De opgaven waar we nu voor staan zijn immens.We willen data, feiten en ervaringen verzamelen. Op dit moment zijn er in de regio 5 agrariërs die ervaring opdoen met DrukDrainage. Elders in het land wordt ook ervaring opgedaan in vergelijkbare situaties, zoals in Zegveld in het project "boeren op hoog water". Met al deze data, feiten en ervaringen kunnen we hopelijk verantwoorde keuzes in de toekomst maken.


Inleiding
Bodemdaling in veenweidegebieden leidt tot steeds meer problemen, zoals CO2-uitstoot en teruggang in natuur- en waterkwaliteit. Daarmee draagt bodemdaling bij aan de klimaatproblematiek. Bovendien leidt het tot oplopende kosten voor waterbeheer en infrastructuur. Dit leidt tot extra kosten voor bewoners. Voortgaan op het pad van ontwatering, met aanhoudende bodemdaling en CO2-uitstoot tot gevolg, is geen optie. Tijd voor een omslag! Een belangrijke vraag is of én hoe de continuïteit van boerenbedrijven kan worden gewaarborgd indien zij voldoen aan deze maatschappelijke wens om meer te verduurzamen? 

Er wordt gestreefd naar vertragen of stoppen van deze bodemdaling. Sub-irrigatie of /waterinfiltratie geldt als een instrument om de daling te remmen.
Als de grondwaterstand te laag is, droogt het veen uit. Zuurstof kan dan diep in het veen doordringen en organisch materiaal afbreken. Dit veroorzaakt onder andere maaivelddaling en extra CO2-uitstoot. Sub-irrigatie helpt het slootwater beter het veenperceel in te laten stromen. Grondwatertekorten worden aangevuld en uitdroging van het veen kan worden voorkomen. Maar we willen meer. Dit gebeurt al op meerdere plekken. We willen ook het slootwaterpeil omhoog brengen.

In de Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden is een aantal agrariërs actief bezig met landbouw en waterbeheer. Ze hebben belangstelling voor het proefondervindelijk aanleggen en uittesten van sub-irrigatie, in nauwe samenhang met slootbeheer. Drie beoogde locaties zijn momenteel gelegen in Nieuwland, Brandwijk en Molenaarsgraaf (2x biologische en 1x gangbare landbouw; Figuur 1). Samen met deze agrariërs is een groep mensen gevormd die de initiatiefnemers zijn voor dit plan van aanpak. Dit plan van aanpak is in juli 2020 goedgekeurd voor een deelsubsidie door de Provincie Zuid Holland. Aan deze groep nemen deel, zoals gezegd, de drie agrariërs, Provincie Zuid Holland, Provincie Utrecht, De regio,  het Veenweiden Innovatie Centrum (VIC), Kennis Transfer Centrum (KTC) Zegveld, KnowH2O en Waterschap Rivierenland (WSRL). Gemeente Molenlanden is opdrachtgever voor dit project in samenwerking met de Stichting Blauwzaam. Met de veldproeven (pilots) willen we als initiatiefnemers (‘we’ en ‘wij’ in deze tekst)(on) nut en werking aantonen van sub-irrigatie in grasland op veengrond met een kleidek in samenhang met een verhoogd slootwaterpeil. De proefperiode is nu (sept.2020) nog te kort om conclusies te trekken over de effecten op landbouw en het lange termijneffect op de maaivelddaling in dit gebied. De werking van het bodem- en watersysteem is complex. We weten, dat het effect van deze waterinfiltratie van veel factoren afhankelijk is. Onderzoek is noodzakelijk om meer grip te krijgen op de werking van het infiltratiesysteem onder verschillende omstandigheden.

Waarom toch ook in de AV een pilot over waterinfiltratie? Wat maakt de pilot uniek? Uniek in deze pilot is de klei op veenbodem.

Elders in het land o.a. in Zegveld, Overijssel en Friesland heeft men al meer ervaring met waterinfiltratiesystemen.  In dit filmpje een mooie toelichting en verslag uit Overijssel

 

Opdrachtgever RMA Agrarische Economie
Uitvoering door Stichting Blauwzaam

Projectleiding namens Stichting Blauwzaam
Rolia Wiggelinkhuijsen (rolia@heikopperhof.nl)


DOELEN EN RESULTATEN

Aansluiten bij initiatieven van onderaf
Drie melkveehouders in de Vijfheerenlanden Alblasserwaard willen een sub-irrigatie-pilot in combinatie met hogere slootwaterpeilen uitvoeren. Ze hebben belangstelling voor het proefondervindelijk aanleggen en uittesten van dit waterinfiltratiesysteem. Drie beoogde proef locaties zijn momenteel gelegen in Nieuwland, Brandwijk en Molenaarsgraaf (2x biologische en 1x gangbare landbouw; Figuur 1). Met de veldproeven (pilots) willen zij nut en werking aantonen van sub-irrigatie in grasland op veengrond met een kleidek. 

Sub-irrigatie pilot en hun werking
Sub-irrigatie (SI) kan een deel van de oplossing zijn voor bodem- en waterproblemen. Deze pilot wil  ervaring opdoen met SI in combinatie met verhoging van het slootwaterpeil. De bodemopbouw met het kleidek in de gebieden wijkt af van toepassingen elders van SI tot nu toe. Met drains kan de boer de grondwaterstand in zijn percelen onafhankelijk van het slootwaterpeil actiever sturen.
Drains zijn aangesloten via een verzamelleiding op een pompput. Met drains hebben percelen in voor- en najaar een betere draagkracht en houden ze in de zomer meer vocht vast. De effectiviteit is echter in hoge mate afhankelijk van het slootwaterpeil.
We willen in een driejarig project, drie volle seizoenen na aanleg de werking van het systeem bepalen en het beheer ervan optimaliseren. We willen vaststellen hoe de SI werkt onder de bodemcondities in de gebieden. Daarvoor is monitoring nodig, zowel vanaf de nul-situatie als ook op referentiepercelen. We gaan daarmee ook de technische aspecten van het waterinfiltratiesysteem bekijken en analyseren, zoals de watervoorziening in de bodem en de doorvertaling van de externe waterdruk via de put binnen het systeem naar de uiteinden (NB lange kavels). Ook kijken we naar de ontluchting.

Bodemdaling en CO2reductie
In het veenweidegebied oxideert (verbrandt) organische stof wanneer zuurstof de bodem indringt, met als gevolg bodemdaling en CO2-uitstoot. Dit speelt vooral in de zomer, wanneer de grondwaterstand daalt door een verdampingsoverschot (neerslagtekort) bij een geringe infiltratie van water uit de kavelsloten. De grondwaterstand wordt dan lager dan het waterpeil in de kavelsloten. Waterinfiltratiesystemen hebben als doel deze daling van de grondwaterstand te verminderen door infiltratie van slootwater via drainagebuizen, die permanent onder water staan. De grondwaterstand wordt dan hoger vergeleken met een situatie zonder buizen en de veenbodem is dan natter. Hierdoor vindt minder oxidatie van organische stof plaats en kan de bodemdaling en de CO2-uitstoot worden beperkt. Op het moment dat we deze reductie kunnen omzetten in geld (verwaarden) ontstaat er een nieuw verdienmodel: valuta voor veen.

Effecten sub-irrigatie op natuurwaarden.
De boeren breken een lans voor een landbouwbeleid dat rekening houdt met de  biodiversiteit. Met deze pilot rekenen we ook op een verhoging van de biodiversiteit. Verdroging o.a. door het ontwateren van landbouwgronden is een grote bedreiging van de biodiversiteit. De toenemende hittegolven en de daarmee gepaard gaande extremere droogteperiodes versterken dit probleem voor de biodiversiteit.  Door het omhoog brengen van het slootwaterpeil ontstaan langs de sloten natuurvriendelijkere oevers. Doordat het grondwaterpeil niet langer zakt verwachten we ook toename van het bodemleven. Tot slot wordt de suggestie geopperd dat door dat er meer water in de sloten staat ook de waterkwaliteit kan toenemen. Er is voor zover bekend weinig tot geen (ecologische) onderzoek gedaan naar de gevolgen naar de effecten van sub-irrigatie op natuurwaarden in het veenweidegebied. Tijdens deze proef in de Alblasserwaard/Vijfheerenlanden (AV) doet de mogelijkheid zich voor om de effecten op natuurwaarden te onderzoeken. 

Kennis delen, verzamelen en bundelen
We willen onze bevindingen steeds delen met belanghebbenden en de streek, op een open en transparante wijze. De effecten van de inzet van SI zullen we deels zelf kunnen bemeten (o.a. hydrologie, bodemtemperatuur, grasopbrengst, biodiversiteit), deels van andere locaties en projecten moeten afleiden (o.a. bodemdaling, emissie van broeikasgassen). 
Door veldbezoeken en korte actieve workshops kunnen anderen kennis nemen van de aanpak en  bevindingen tijdens het project. Samen met Wellant delen we de resultaten van de toepassing van sub-irrigatie en verhoogde slootpeilen. Naast deze proeven  in de AV vinden er ook elders in NL proeven plaats. Goed om die te bundelen. 

Uitrol
De uitrol bij succes in de regio is voorbereid en afgestemd met andere initiatieven. 

Risico's 
In de aanloop naar de pilot is ook uitvoerig gekeken naar de eventuele risico's van de pilot.
Meer vraag naar water: gemiddeld genomen zorgden de drains voor vijf tot tien centimeter verhoging van de laagste grondwaterstanden. Op regionaal niveau zorgt dit in een droge zomer voor meer watervraag.Pilots waarbij de drains zijn voorzien van pompen bleek een grondwaterstandverhoging van 30-40 centimeter mogelijk. Dan stijgt de watervraag natuurlijk duidelijk. Hoeveel watervraag is er moet nog nauwkeuriger worden berekend.

 


DE BOEREN EN DE PERCELEN
 

Mattias Verhoef | Peter Heikoop | Kees Baan


PROJECTPLAN

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Terug naar de hoofdpagina DrukDrainage


Deelnemers